Wat doe je met zo’n positie als de mijne: hertog van een gebied, in het westen grenzend aan Frankrijk en aan de andere kant aan dat wat sommigen al, weliswaar onofficieel, het Heilige Roomse Rijk noemen – die verzameling vorstendommetjes waarvan het grootste deel zich pas ver, heel ver na mijn tijd zou verenigen tot wat in jullie tijd Duitsland heet.    

Ik zat voortdurend te broeden op mogelijkheden om links en rechts meer te vertellen te krijgen: wanneer men zich in een benarde positie bevindt, is aanvallen vaak de beste verdediging. Er is natuurlijk altijd een reden te bedenken om oorlog te voeren, maar het is ook altijd prettig om over alternatieven te beschikken, als je je gebied wilt uitbreiden. Na rijp beraad verzon ik een list.

Bij Zwitserland ligt een gebied dat jullie “de Franche-Comté” noemen. Maar in onze tijd staat het bekend als “het graafschap Bourgondië” – niet te verwarren, beste 21-eeuwse nieuwsgierigen, met mijn hertogdom Bourgondië. Dat graafschapje zou natuurlijk gewoon bij ons moeten horen. Het was weliswaar onderdeel van het Heilige Roomse Rijk, maar in het bezit van de graaf van Vlaanderen, Lodewijk II van Male. Ik besloot mijn stoutste schoenen aan te trekken en hem om de hand van zijn dochter te vragen. Hij stemde toe, want als het er op aan komt, ben ik niet krenterig: zijn schatkist werd wat voller, de mijne wat leger, maar zijn dochter Margaretha, inmiddels mijn vrouw geworden, zou bij zijn overlijden Vlaanderen van hem erven en alles wat daar nog bij hoorde. Mijn garantie voor de toekomst!

 Margaret of Dampierre, Countess of Flanders

Margaretha van Male (1350-1405)

Bovendien, toen mijn vader in 1364 stierf, werd hij als koning van Frankrijk opgevolgd door mijn oudste broer die als koning Karel V de geschiedenisboeken in zou gaan. Toen deze in 1380 overleed, was zijn zoontje nog maar twaalf jaren jong. Ik greep mijn kans en wist mij op te werpen als hoofd van de voogdijraad. Maar ja, ook Kareltje VI werd groot en onthief ons in 1388 van onze functie. Een paar jaar later echter raakte hij geestelijk zodanig in de war, dat ik hem, nu als regent, weer de helpende hand moest toesteken. Zo was ik dus een beetje koning van Frankrijk. Ik moest er overigens wel voor zorgen, dat ik geen al te grote problemen met Engeland kreeg, want dat was voor ons Vlaanderen een handelspartner van vitaal belang. (Zo noemen jullie dat toch?) Dat lukte zelfs beter dan ik had gedacht: er werd een vrijhandelsovereenkomst gesloten tussen Vlaanderen en Engeland! Ja, ja, zulks al aan het eind van de veertiende eeuw.

Zo had ik inderdaad hier en daar wat in de melk te brokkelen gekregen. Het gevolg van zoiets is natuurlijk wel, dat je voortdurend dan weer hier en dan weer daar moet zijn. Maar paardrijden vind ik prachtig en bovendien: reizen houdt je jong, een vliegende vogel vangt altijd wat en wie ver reist, kan veel verhalen.       

Nota bene!

FILIPS.

Advertenties