11. Filips over de Grote Pestepidemie (1347-1351) vrijdag, Mrt 21 2008 

Ik, Filips, ben geen medicus. Wat ik nu ga vertellen over de Zwarte Dood, de grote pestepidemie die gedurende een paar jaren Europa teisterde, heb ik ook maar van horen zeggen en lezen. De oplettende lezer zal het opgevallen zijn, dat die epidemie tijdens mijn eerste levensjaren losbarstte, maar ik was kennelijk nog te jong om me bewust te zijn van de omvang van de ellende. Achteraf realiseer ik me, dat er aan het hof in Parijs in die jaren plotseling wel een erg groot aantal leden van het personeel van de ene op de andere dag wegbleven.   

Verspreiding van de pest in Europa in de jaren 1347 tot 1351

Verspreiding van de pest in Europa in de jaren 1347 tot 1351

Ongeveer een derde van de Europese bevolking bezweek eraan. Niet alleen in de steden, maar ook op het platteland vond er massale sterfte plaats. Door de ontvolking daar nam het aantal arbeidskrachten in de landbouw zodanig af, dat er door de enorme voedseltekorten op veel plaatsen hongersnood ontstond.

De ziekte kwam uit Azië. Het verhaal gaat, dat tijdens het beleg op de Krim van een handelspost van de Italiaanse havenstad Genua door de belegerende troepen van de Gouden Horde, die zoals bekend uit het oosten afkomstig waren, lijken van pestslachtoffers over de stadsmuur werden gekatapulteerd en de voor die ziekte verantwoordelijke bacteriën zich verspreidden onder de daar aanwezige Europese handelslui. Daardoor is het verklaarbaar, dat de pest vervolgens het eerst in Italië uitbrak.

Aanvankelijk dachten velen, dat het een straf van God was, maar ook al was je nog zo diepgelovig, de kans om door de pest getroffen te worden werd er niet minder om. Toen het opviel, dat er in het Joodse bevolkingsdeel aanzienlijk minder slachtoffers vielen, kregen die de schuld. Door marteling werd Balavignus, een Joodse arts ertoe gebracht te beweren, dat de Joden opzettelijk waterputten hadden vergiftigd. Over heel Europa werden pogroms gehouden, waarbij in een aantal grote steden de hele Joodse bevolking werd uitgemoord. De oorzaak van het relatief geringe aantal pestslachtoffers onder de Joodse bevolking was het feit, dat zij door het naleven van de oudtestamentische reinigingswetten veel hygiënischer leefden dan anderen.

Over het algemeen wordt aangenomen, dat de pest door bacterie-dragende vlooien, met name op de zwarte rat, wordt verspreid. Anderen daarentegen zijn van mening, dat de pest via de lucht zijn weg vindt. Overigens is het zo, dat in medische verslagen uit die tijd in een groot aantal gevallen melding wordt gemaakt van symptomen die heden ten dage niet bekend staan als onmiskenbaar tot het ziektebeeld van de pest behorend, maar die men in die tijd wel daartoe rekende. Maar “alles goed en wel”, het was een totale verschrikking…

De beroemdste ooggetuige met het bekendste verslag van de pest in een stad is Boccaccio in de inleiding van zijn “Il Decamerone“, dat prachtige werk, waarin tien jonge mensen zich op hun vlucht voor de pest terugtrekken in een landhuis nabij Florence en elkaar daar hun ervaringen vertellen.

Zoals bekend, was dat in het geheel niet de laatste keer, dat er een pestepidemie uitbrak. Daarover kunt U zich vast veel beter op de hoogte stellen dan ik, Filips.

Ook in de beeldende kunst heeft de Zwarte Dood zijn weerslag gevonden. Denk vooral aan de vele afbeeldingen van de Dodendans.

Vorkriegsaufnahme des Lübecker Totentanzes

Rond 1460 ontstond de  “Lübecker Totentanz” in de Marienkirche te Lübeck in Noord-Duitsland

Ik groet U en hoop er maar het beste van.

Nota bene!

FILIPS. 

Advertenties

6. Filips over boeken maandag, Feb 25 2008 

De afgelopen tijd heeft mijn contactpersoon uit de 21e eeuw – “Paul” laat hij zich noemen, ook bij ons een gangbare naam – mij het een en ander uitgelegd over de belangrijke rol die boeken bij jullie spelen. Ik zou wensen, dat het mogelijk zou zijn af en toe over zijn schouders mee te snuffelen. Ik heb de indruk, dat er zich in jullie bestaan de afgelopen twintig jaren op technologisch gebied grote ontwikkelingen hebben voorgedaan.

 

Bibliotheek in de 21e eeuw

Wie weet komt het nog eens zo ver, dat ik vooruit kan kijken tot in jullie leefwereld. Een blik achterom werpen, het verleden onderzoeken – ja, dat kan ik ook. Maar daarvoor hebben wij, afgezien van een aantal geschreven kronieken, slechts de mondelinge overleveringen ter beschikking. In Italië, vooral in Florence,  is een soort wedergeboorte van de Klassieke cultuur, een Renaissance aan de gang: daar heeft men sinds enige tijd wel veel aandacht voor teksten, vooral uit het Klassieke Griekenland, die via Arabische bibliotheken de tand des tijds hebben doorstaan. Maar hier, in onze streken noordelijker in Europa, gaat dat nog wat moeizamer. Voor het bestuderen van oude teksten – en dan nog vrijwel uitsluitend Latijnse – kan je eigenlijk nu nog steeds het beste bij de monniken in de kloosters je heil zoeken.

 

Kloosterbibliotheek in Sankt Gallen (Zwitserland)

Daar staat tegenover, dat mijn contactpersoon mij alvast een aantal boektitels heeft opgegeven die hij gebruikt om in zijn gesprekken met mij enigszins beslagen ten ijs te komen. Want hij kan best een aardig mondje meepraten, vind ik. Hij klaagt er weleens over, dat de belangstelling voor het verleden aan het afnemen is, maar daar hebben wíj geen last van, toch? Zolang we niet in de toekomst kunnen kijken …

Ik zal jullie een paar titels noemen, opdat zijn kennisbronnen helder blijven. (Hoe lang zal het duren, totdat ook ik die inkijken kan …?!)

De Middeleeuwen / samenstelling: M. Huig, D.F. Lunsingh Scheurleer jr. (Aula-Eeuwboeken, 2.) — Utrecht, Het Spectrum 1994.

Geschiedenis van Nederland : levensverhaal van zijn bevolking / Gerlof Verwey.  (Elseviers Historische Bibliotheek.) — Amsterdam enz., Elsevier 1976.

De waanzinnige veertiende eeuw / Barbara Tuchman. — Amsterdam, Agon 1990.

De kleine historische encyclopedie / samengest. door de Winkler Prins Redactie. — Amsterdam enz., Elsevier 1979.

Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis / H.P.H. Jansen, K.W. Swart e.a. — Alphen aan den Rijn, Sijthoff 1979.

Vijf opengeslagen, prettig leesbare boeken zoals deze, passen wel op zijn bureau naast de electrische, digitale tekstmachine die hij als ons tijdvenster gebruikt om met mij van gedachten te wisselen. Maar langs de muur tegenover hem staat nog een grote kast vol naslagwerken waar hij uit putten kan. (Hij heeft mij wel eens van Catweazle verteld. Die raakte echt overstuur van die apparatuur die jullie om je heen hebben opgesteld. Zo voel ik mij ook een beetje. Maar ik moet toevoegen, dat hij mij ook goed begeleidt.)

 Catweazle met een “telling bone” 

Ik wens jullie veel leesplezier.

Nota bene!

FILIPS.

P.S. In opdracht van zijn werkgever heeft mijn contactpersoon bovenstaande titels ingevoerd in een nieuw zoek- en catalogiseerprogramma. Hem werd gevraagd of hij daarvoor toepassingen ziet voor bibliotheken. Ik heb de indruk, dat hij vindt, dat het een mooie manier is om een voorlopige “finding list” van nieuw bezit op te stellen. Zo is het waarschijnlijk ook bedoeld. Het toevoegen van meer bibliografische details voor speciale collecties kan dan altijd later nog.   (FdS)